Een aantal vliegincidenten met toestellen die vlogen van de AWACS basis in Geilenkirchen zette de verhoudingen tussen de lokale bevolking en de basis verder op scherp. De toestellen vlogen met oude motoren die onder burgertoestellen soms al verboden waren. Vandaar dat diverse burgers en groeperingen zich hardop afvroegen of dit niet een keer fout moest gaan in het drukke Zuidlimburgse luchtruim.
Gelukkig ging het “maar” tweemaal fout in de tijd dat de AWACS toestellen vanaf de Duitse basis opereren. Dit artikel beschrijft beide incidenten en de impact op het AWACS dossier.
Een luchttanker stort neer
Op 13 januari 1999 stortte een Boeing KC-135 Stratotanker met roepnaam “ESSO 77” in een bosperceel noordwest van de basis neer. Bij de crash kwamen de bemanningsleden, bestaande uit de twee vliegers, een navigator en een tankboom operator, om het leven. Het kostte Duitse en Nederlandse brandweerlieden uren om het wrak te blussen. Dit werd namelijk flink bemoeilijkt door het dichte bosgebied.
In het onderzoeksrapport van de Amerikaanse Luchtmacht werd een haperende aileron als een mogelijke oorzaak voor het ongeluk aangegeven. Daarop werd door de USAF kort na het ongeluk in Geilenkirchen een grondige inspectie van dit type vliegtuig uitgevoerd. Het onderzoek naar de crash werd ernstig bemoeilijkt doordat het grootste deel van het vliegtuig was vernietigd en doordat militaire vliegtuigen niet met een zwarte doos zijn uitgerust.
In die periode opereerde veel tankvliegtuigen tijdelijk vanaf de NAVO basis in het kader van de operaties boven de Balkan. Gelukkig was dit het enige incident en leek het probleem niet in de gehele vloot te spelen. Saillant detail is dat de tankvliegtuigen vlak daarna een upgrade kregen met onder andere nieuwe en zuinigere motoren. De AWACS toestellen van de NAVO en de Amerikaanse Luchtmacht kregen deze upgrade niet, hoewel ze van hetzelfde basistype waren.
Het brandstof incident van 1994

Veel ernstiger en potentieel gevaarlijker was het incident in november1994. Een E3 Sentry AWACS toestel moest na een uitgevallen motor terugkeren naar de basis in Geilenkirchen. Omdat het toestel met volle tanks was opgestegen, moest het brandstof lozen. Hiervoor kreeg het vanuit de militaire verkeersleiding toestemming.Alleen loosde de brandstof precies boven de chemische installaties van DSM in Geleen. Uit het onderzoek is gebleken dat de bemanning niet wist dat DSM op de aanvliegroute naar Geilenkirchen ligt. Het was hun eerste vlucht vanaf die basis.
De verkeersleiding had de kerosinelozing kunnen voorkomen, maar slaagde hier door een spraakverwarring niet in. De medewerkers in de verkeerstoren kregen wel signalen door, maar begrepen niet dat de cockpitbemanning kerosine wilde lozen. De procedures werden hierop aangepast, maar het incident zorgde voor veel verontwaardiging in de lokale en zelfs landelijke politiek. Uiteindelijk liep het incident met een sisser af, nadat de NAVO en de militaire en civiele verkeersleiding de procedures aanpaste en het incident verdween al redelijk snel uit de kranten.
Dit incident kwam in een tijd dat de discussie over de Oost-West Baan en de uitbreiding van het Zuidlimburgse vliegveld hoog op de agenda stonden. Hierdoor kwam vliegveiligheid en de risico’s van zoveel luchtverkeer in het Zuidlimburgse luchtruim extra naar voren bij het publiek.
Geef een reactie